HET VERLOREN WOORD

Geen woord is veilig: van huwelijksvla tot alarm-bh

door Ellen Klein Breukink en Herman Heringa

Woorden verdwijnen soms net zo snel als dat ze onze taal binnenkomen. De afgelopen 25 jaar maakten heel wat woorden hun entree in het Nederlands om vervolgens weer met stille trom te vertrekken. Een sentimental journey door de tijd aan de hand van vijf verloren woorden.

Treitervlogger, swaffelen of dagobertducktaks. Ze doen op z’n minst een belletje rinkelen, maar wie gebruikt deze woorden nog? Ooit ontstonden ze doordat ze gerelateerd waren aan een thema dat voor even het nieuws domineerde. Grappige woorden vaak, creatief bedacht, beeldend, maar misschien te uitgesproken om eeuwigheidswaarde te hebben.

Oude wijn, nieuwe zakken Als het ergens een komen en gaan van woorden is, is het wel in de marketing en communicatie. Bij R&Z hebben we woorden met veel bombarie gelanceerd zien worden, om vervolgens roemloos weer van het toneel te verdwijnen. Kreten als elektronische snelweg, co-creatie en mentaal marktleiderschap waren ooit in zwang, maar werden al snel weer ingehaald door andere termen met min of meer dezelfde betekenis. En welk lot is de termen van nu beschoren, zoals proposities, KPI’s, contentkalender, employer branding, thought leadership en hero content? Gaan ze de komende tien jaar overleven, blijven we onverminderd op zoek naar sweet spots die het hart vormen van onze omnichannelstrategie? Of blazen ook deze begrippen, net als hun illustere voorgangers, uiteindelijk toch de aftocht?

Ook de domeinen waar we als bureau in actief zijn, hebben we in de loop der jaren heel wat begrippen de revue zien passeren. Wie spreekt er nog van aanbodversterking, strategische personeelsplanning, leeftijdsbewust personeelsbeleid of competentiegericht onderwijs? Hebben we het over enkele jaren nog steeds over werken in de cloud, over meedoen in de participatiemaatschappij? Zijn we tegen die tijd nog steeds aan het Zoomen of Teamen?

Woorden komen, woorden gaan Wat bepaalt of we een woord voorgoed in onze armen sluiten of niet? Volgens Ton Boon, hoofdredacteur van de Dikke Van Dale, is dat lastig te voorspellen. Het hangt er volgens hem vooral van af hoe actueel het thema is waarmee de term samenhangt. Ook taalhistoricus Ewoud Sanders stelt dat woorden die te maken hebben met belangrijke thema’s, vaker bestendigen dan woorden die gekoppeld zijn aan vluchtige actualiteiten. Wie weet bijvoorbeeld nog wat alarm-bh (bh met ingebouwd alarm tegen opdringerige personen) betekent, of huwelijksvla (oranje vla met sinaasappelsmaak ter gelegenheid van het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima)? Niet veel mensen. In tegenstelling tot veelgebruikte termen als laadpaal, reststroom en antiglobalist – begrippen die direct samenhangen met urgente thema’s waar we voorlopig nog niet over uitgepraat zijn zoals klimaat & duurzaamheid.

Huwelijksvla: oranje vla ter gelegenheid van het koninklijke huwelijk

Alarm-bh: bh met ingebouwd alarm tegen opdringerig persoon

Het internet heeft anno 2020 tentakels tot in alle uithoeken van ons bestaan. Dit heeft ook grote impact op ons taalgebruik. We appen, liken, posten en downloaden er wat af. Deze termen zitten voorlopig wel gebeiteld in onze taal. Toch is ook een groot aantal internetgerelateerde woorden, zoals surfen en weblog, inmiddels alweer aan de dodengalerij van onze woordenschat toegevoegd.

Uiteindelijk blijkt geen enkel woord veilig, hoe belangrijk het thema ook is waar het aan refereert. Veel woorden worden na kortstondig gebruik weer afgedankt. We kijken er niet meer naar om. Betekent dit dat ieder verdwenen woord een waardeloos woord is? Dat ze de sulletjes van onze woordenschat zijn? Onbeduidende ex-lemma’s uit het woordenboek? Nee, deze verloren woorden zijn wel degelijk waardevol, omdat ze veel zeggen over de tijd van toen, over wat er toen speelde en wat mensen bezighield. Voor even stoffen we er een paar af om ze nog één keer in volle glorie te tonen.

1995

Internetsurfen

Medio jaren negentig bereikte internet (toen nog met een hoofdletter) het grote publiek. Piepend en krakend weliswaar, want de verbinding verliep via Telebyte op de telefoonlijn. We gingen met z’n allen surfen op het world wide web, op zoek naar informatie, hoppend van de ene interessante website naar de andere. De wereld ging open, iedereen surfte er op los. Inmiddels surfen we alleen nog maar op de plank en ‘zoeken we gewoon online’ naar informatie.

Na 9/11 groeide de weerstand tegen de islam en tegen moslims. Mensen waren bang, zeker toen er in de jaren daarop meer aanslagen uit naam van de islam volgden. In iedere man met kleur en baard schuilde bij wijze van spreken een potentiële terrorist. Vooral rechts-populistische politieke partijen en media maakten gretig gebruik van dit soort beeldende woorden. De laatste jaren lezen en horen we deze weer wat minder. Een goed teken?

2001

Haatbaard

2006

VOC-mentaliteit

Door Van Dale uitgeroepen tot Woord van het jaar. Balkenende zou er nu niet meer mee wegkomen, sterker nog: zijn standbeeld zou – als hij er een had – eenzelfde lot beschoren zijn als dat van vele oude zeehelden. In 2006 leidde zijn uitspraak nauwelijks tot ophef, toen de toenmalige premier tijdens de Algemene Beschouwingen deze term gebruikte om handelsgeest, daadkracht en durf ten tijde van de Gouden Eeuw aan te prijzen. Onze minister-president kreeg nog een flauwe tik op de vingers van een enkele politicus, maar daar bleef het dan ook wel bij. Zou het woord nu zijn herintrede doen, dan kwam het waarschijnlijk direct in de canon van ons slavernijverleden.

Tien jaar geleden was het aan de orde van de dag: een verzamelde groep mensen die samen iets ‘spontaans’ gingen doen in de openbare ruimte om vervolgens weer hun eigen weg te gaan. Deze flashmobs waren van tevoren online georganiseerd. Keigeinig, zo’n performance, vooral voor de deelnemers zelf. Ze zullen vast nog af en toe wat winkelend publiek doen opschrikken, die flashmobbers, maar flashy zijn ze allang niet meer. Exit dus voor deze amateurperformers.

2010

Flashmob

2015

Journaaldreiger

Weet u het nog? Die enge jonge man, ene Tarik Z. uit Pijnacker, hield de gemoederen begin 2015 flink bezig. De student aan de TU Delft vond dat het journaal zaken eenzijdig berichtte en wilde onder dreiging van een pistool even een ander geluid laten horen. De kaping was, helaas voor Tarik, van korte duur. Een slimme NOS-medewerker loodste hem naar een valse presentatieruimte, waarna hij vrij vlot kon worden ingerekend. Deze pistolenactie van Tarik (later bleek het een gaspistool) zong nog lang na in Hilversum. De kranten kopten wekenlang over de ‘journaaldreiger’.

Over vijf jaar zullen we ons 2020 ongetwijfeld herinneren als het jaar van corona. Hoe zal het dan staan met woorden zoals mondkapjesplicht, teststraat of anticoronademonstratie? En wat te denken van Grapperhausafstand, intelligente lockdown of Het Nieuwe Normaal? Daar is geen peil op trekken. Is onze grote virale ontregelaar dan nog steeds alive and kicking of is corona tegen die tijd net zo uitgeroeid als de pest, de tering en de tyfus? Hoe langer het covid 19-virus onder ons is en het nieuws bepaalt, des te groter de kans dat het behalve medisch, sociaal en economisch ook verbaal zijn sporen nalaat. Corona is tot nu toe een nietsontziende pandemie gebleken. Het zou daarom zomaar kunnen dat we het c-woord of afgeleiden daarvan nog ver na Grapperhaus’ pensionering of eventueel volgende huwelijk uit onze monden laten klinken. Dat klinkt een tyfuseind weg, maar de tijd zal het leren.

2020

Coronadashboard

ELLEN KLEIN BREUKINK

Taal is net zo aan verandering en vergankelijkheid onderhevig als het leven zelf. Vanuit dit gegeven is taal, met name vanuit sociaal perspectief (zoals dialectologie, taalverandering of jongerentaal) voor taalwetenschapper Ellen klein Breukink een onuitputtelijke bron van inspiratie. Woorden, klanken en zinnen hebben allemaal hun eigen betekenis en vormen samen de sleutel tot een goed verhaal. Kritisch, maar altijd met een open blik, laat zij teksten door haar handen gaan.

HERMAN HERINGA

Herman Heringa groeide op met een Friese vader, een Zeeuwse moeder en de zeventiende-eeuwse Statenvertaling van de Bijbel. Het fascineerde hem dat taal altijd en overal weer anders is. Daarom besloot hij om dit wonderlijke gegeven tot op de bodem te onderzoeken. Na een studie Taalwetenschap stortte hij zich maar liefst vier jaar lang op een proefschrift over grammatica. Bij R&Z blijkt de combinatie van deze onderzoekende houding en kritische taalblik een perfecte combinatie.